Simulatie kleinschalig wonen

Simulatie Kleinschalig Wonen ook wel bekend als “Simulatie De Schoolstraat”. Inmiddels hebben meer dan vijftienhonderd medewerkers deze simulatie ervaren.

Een unieke leerervaring

Cerein biedt voor medewerkers binnen een kleinschalige woonomgeving een zeer bijzondere training aan. Namelijk de ‘Simulatie kleinschalig wonen’. Een unieke leerervaring waarbij medewerkers de kleinschaligheid van binnenuit beleven.
De ‘Simulatie kleinschalig wonen’ is training, instructie, teambuilding en reflectie in één.

Hoe ziet dat eruit?

Twee deelnemersgroepen van tien personen, verdeeld over twee (vakantie)woningen, bootsen ieder een kleinschalige woning na. De begeleiding is in handen van een trainer en twee acteurs. De groepen doorlopen een parallel programma met afwisselend praktijksimulaties, kennisoverdracht, verdieping en reflectie.

In de praktijksimulaties zijn de deelnemers woonbegeleider, bewoner, familielid of observant. Iedere deelnemer heeft tijdens de tweedaagse iedere rol minimaal één keer. De kleinschaligheid beleven ze op deze manier echt van binnenuit.

Belangrijk element is de observatie. Per praktijkblok zijn er steeds twee observatoren die de gang van zaken bekijken en na afloop feedback geven. Deze ‘veilige’ feedback is van onschatbare waarde voor gever en ontvanger en geeft de simulatie meerwaarde ten opzichte van een stage.

Kleinschalig werken is niet vanzelfsprekend

Met het neerzetten van een nieuw gebouw of het doorvoeren van een reorganisatie is kleinschaligheid nog niet vanzelfsprekend. Het zijn de medewerkers die de omslag moeten realiseren. Dat gaat niet vanzelf.

Cerein heeft dit probleem gezien en daarom deze unieke training ontwikkeld.

Opbouw van de simulatie

  • De simulatie Kleinschalig Wonen is een tweedaagse training. De training start op de eerste dag om 09.00 uur en duurt tot de volgende dag 16.30 uur. De deelnemers blijven slapen.
    Het avondprogramma op de eerste dag eindigt om 22.00 uur.
  • Tijdens de praktijkblokken wordt de werkelijkheid nagebootst met uitzondering van persoonlijke verzorging. De deelnemers brengen elkaar niet naar bed en wassen elkaar niet.
  • Voor de uitvoering is per groep van tien deelnemers een (vakantie)woning nodig plus een woning voor de gezamenlijke activiteiten en de begeleiders. Waar mogelijk voeren we de simulatie uit op uw eigen locatie. Bijvoorbeeld tussen oplevering en ingebruikname van een nieuw complex.
  • Een trainer en twee acteurs begeleiden de simulatie. De trainer zorgt voor verdieping en reflectie en de acteurs zorgen voor interventies en oefensituaties.

De intensiteit van de interventies en oefeningen stemmen de acteurs en trainer altijd af op de draagkracht van de groep. Op die manier is het leerrendement maximaal.

Cliëntgroepen

De simulatie is ontwikkeld voor de zorg aan mensen met dementie. We voeren de simulatie ook uit voor de doelgroepen somatiek en niet-aangeboren hersenletsel.
Desgewenst leveren we een simulatie voor drie groepen van tien personen.

Wat deelnemers zeggen

“Ik was een bewoner in een rolstoel en kon weinig. Ik voelde me erg verloren. Ik let nu extra goed op of mensen wel genoeg aandacht krijgen.”

“Het was goed voor de teambuilding, we zijn elkaar beter gaan begrijpen. Dat werkt nu nog steeds door.”

“Ik ben me ervan bewust geworden hoezeer ik zelf bepaalde wat er gebeurde.”

Resultaten

De impact van de opgedane ervaringen is hierdoor zo sterk, dat de deelnemer gemotiveerd is om deze in de praktijk blijvend toe te passen (borging).

De deelnemers:

  • Zijn zich bewust van de eigen visie op het begeleiden van cliënten in een kleinschalige woongroep.
  • Hebben aan den lijve ondervonden wat deze visie in de praktijk betekent en kunnen deze op een herkenbare manier vormgeven.
  • ‘Weten’ van binnenuit welk professioneel gedrag wel en niet werkt.
  • Geven blijk van een adequate taakinvulling en nemen verantwoordelijkheid.
  • Hebben zich als team ontwikkeld en versterkt.
  • Beschikken over vaardigheden om constructief zelfstandig en samen te werken.
  • Communiceren op een adequate manier.
  • Hebben handvatten om groepsprocessen te begeleiden.
  • Hebben aangetoond het eigen leerproces zelfstandig voort te zetten.

Deelnemers

Verzorgenden / woonbegeleiders, teamleiders / coördinatoren, helpenden / assistenten, andere disciplines.

Werkwijze

  • Twee deelnemersgroepen van elk tien personen, verdeeld over twee woningen.
  • Een aparte ruimte met enige voorzieningen die dient als centrale uitvalsbasis.
  • Twee simulatiedagen, inclusief avondprogramma en overnachting.
  • Begeleiding door een trainer en twee trainer/acteurs. Zij begeleiden op twee aaneengesloten dagen de groepen (Carrouselconstructie = effectief, efficiënt en kostenbesparend).
  • De acteurs spelen verschillende rollen, zetten dagelijkse situaties neer en brengen dilemma’s in.
  • De deelnemers verplaatsen zich in verschillende rollen (bijvoorbeeld die van woonbegeleider, bewoner, familielid of observator).
  • De simulatiedagen zijn in diverse blokken verdeeld. De deelnemers:
    • Bevinden zich regelmatig in een praktijkblok, waarin ze diverse rollen beleven: De simulatie.
    • Reflecteren op hun ervaringen en geven/krijgen gerichte feedback.
    • Werken opdrachten uit.
    • Behandelen thema’s afwisselend onder leiding van de trainer of acteurs.

Omvang

  • Twee dagen simulatie: start dag 1 om 09.00 uur en eindigt op dag 2 om 16.30 uur.
  • Een doorloopdag (ongeveer twee à drie maanden later) met het oog op de verankering van het geleerde. Per groep een dagdeel uitgevoerd door de trainer.

De kernwaarden van deze simulatie zijn

  • Beleving, ervaren, meemaken en voelen.
  • Inspiratie, geïnspireerd raken door de spreekwoordelijke steen in de vijver.
  • Verankerend, ervaren dat blijvende attitudeverandering nodig is.

Toelichting

De deelnemers aan deze simulatie maken op hoofdlijnen alles mee waar je in een kleinschalige woning mee te maken hebt.

Voorafgaand aan de simulatie ontvangen de deelnemers een voorbereidingsopdracht, zodat ze met een concreet leerdoel aan de simulatie beginnen.

Praktijkblokken (methodiek: ervarend leren)

De praktijkblokken zijn een nabootsing van de werkelijkheid. Er zijn dan steeds deelnemers die de rol van bewoner hebben. Door in de huid van de bewoner te kruipen, ondervinden deelnemers aan den lijve wat diens positie is. Bijvoorbeeld hoe het voelt wanneer er als bewoner over je beslist wordt of wanneer je als bewoner juist echt betrokken wordt.

Afhankelijk van de dienst die ze draaien, hebben één of twee deelnemers de rol van woonbegeleider. Ze spelen in die positie geen rol, ze zijn zichzelf en gaan om met de situatie waarin zij geplaatst zijn. Bij elk praktijkblok zijn er twee observatoren die, zo is in de praktijk gebleken, dingen zien waar de deelnemers zich zelf vaak niet van bewust zijn.

De acteurs brengen tijdens deze praktijkblokken allerlei dagelijkse situaties tot leven. Ze zijn afwisselend familielid, lid van een behandeldiscipline, leidinggevende, onderhoudsmonteur enzovoort. Een zoon komt op bezoek bij zijn moeder, een verdwaalde bewoner wil graag mee-eten, een ontevreden dochter komt verhaal halen, een vrijwilliger die wat al te amicaal gedrag vertoont, enzovoort.

In deze blokken wordt met name gewerkt aan:

  • Leren omgaan met alle zaken die zich in de praktijk van alledag aandienen.
  • Het verdiepen in wie de bewoner is en hoe deze zich veilig en thuis kan voelen binnen de woning.
  • Het zorgdragen voor continuïteit in de zorg, afspraken en beloftes overdragen en toetsen.
  • Het leren doen met wat er voorhanden is.
  • Zelfstandig werken en actie ondernemen op hetgeen gesignaleerd wordt.
  • Creatief tot oplossingen komen.

Alle organisatorische en praktische aspecten van het voeren van de huishouding binnen het kleinschalig wonen, de was, het budget, koken en dergelijke, gelijk aan de eigen toekomstige situatie.

Carrouselblokken

Verdeeld over de dagen behandelen de deelnemers een aantal thema’s onder leiding van afwisselend de acteurs of de trainer. De thema’s die hierbij specifiek aan bod komen zijn:

  • Ik en de bewoner.
  • Ik en het team.
  • Ik en de familie.

Ik en de bewoner
Hier wordt op basis van de kennis en ervaring van de deelnemers de kleinschaligheid vanuit het perspectief van de (toekomstige) bewoner beleefd. Omgaan met dementie volgens de nieuwste inzichten, het bewustzijn dat je zelf je belangrijkste instrument bent, de kracht van ‘verleiden’ en het effect van verschillende soorten prikkels, vormen de basis voor deze blokken. De persoonlijke leerdoelen van de deelnemers hebben hier nadrukkelijk ook een plaats.


Ik en het team
Veel alleen werken maar toch in teamverband. Waar let je op en hoe ga je om met verwachtingen en een verschil in normen, waarden en gewoontes? Welke acties kan je ondernemen als je ondersteuning nodig hebt? Het samenwerken en het geven en vragen van feedback zijn hierin belangrijke onderdelen.


Ik en de familie
Eigen ervaringen en casussen zijn de basis voor dit blok. Door uitspelen van situaties, het analyseren van de eigen rol en het aanleren van een methode voor gesprek, ondersteunen we de zo belangrijke wisselwerking tussen medewerker en mantelzorger.


Reflectie

Zeer regelmatig en op diverse manieren reflecteren de deelnemers op hun ervaringen. Ze schrijven steeds in hun eigen logboek en ze blikken onder leiding van de acteurs of trainer terug op de praktijkblokken.

Om gewenst gedrag aan te leren, is het uitermate belangrijk heel concreet te reflecteren. Doelgerichte reflectie is dan ook een wezenlijk onderdeel van de simulatie en de doorloopdag. De trainer en de acteurs stimuleren het concreet benoemen van het waargenomen gedrag. Gerichte reflectie en feedback helpen de deelnemers om, in de praktijk van de kleinschaligheid, bewust op een bepaalde manier te handelen.

Teamontwikkeling

In de praktijk is gebleken dat de simulatie een onmiskenbaar teamversterkend effect heeft.

© 2021 Cerein